hulste.info
skylinehulste
De geschiedenis van het onderwijs in Hulste

Hier vind je aflevering 1: Het begin
Hier vind je aflevering 2: Het testament van pastoor Van Opstal
Hier vind je aflevering 3: De gemeenteschool in de gebouwen van de stichting Van Opstal
Hier vind je aflevering 4: Apart onderwijs voor de jongens en de meisjes
Hier vind je aflevering 5: Een kijkje in het schoolreglement en het lessenpakket
Hier vind je aflevering 6: In de maalstroom van de 'ongelukswet'
Hier vind je aflevering 7: Plots van twee naar drie scholen
Hier vind je aflevering 8: De schoolstrijd van 1879 met zijn nasleep
Hier vind je aflevering 9: Ook de onderwijzer leeft niet van de hemelse dauw
Hier vind je aflevering 10: De familie Vandekerckhove in ‘t Blauwhuis
Hier vind je aflevering 11: Wat gebeurde er met de oude school van Pastoor Van Opstal?
Hier vind je aflevering 12: De gemeenteschool na Wereldoorlog I en II
Hier vind je aflevering 13: Een ‘bloemlezing’ uit het dagboek van meester Michel Verbrigghe
Hier vind je aflevering 14: De Nieuwe gemeenteschool in de Tieltsestraat
Hier vind je aflevering 15: Met de zusters van Heule: een nieuwe start in de meisjesschool
Hier vind je aflevering 16: De meisjesschool tijdens Wereldoorlog I
Hier vind je aflevering 17: De meisjesschool tijdens W.O. I en W.O. II
Hier vind je aflevering 18: De meisjesschool: fusie en defusie

Aflevering 19
Het leerwerkhuis voor wevers (1852 tot 1888)
In deze aflevering willen we het hebben over het 'leerwerkhuis voor wevers', de enige technische school voor jongens die onze gemeente ooit rijk was.

In de Tieltsestraat beneden aan de nu ingekapselde Lampernisbeek rechtover de winkel van Hans en Eveline Vercruysse stond vroeger een driewoonst haaks op de straat (foto 1 en kaart). In 2008-2009 werden de huisjes gesloopt en bouwde men drie nieuwe woningen op ongeveer dezelfde grondvesten (foto 2). Steeds minder mensen in Hulste weten dat die oude huisjes ‘de kazerns’ genoemd werden. Reeds in 1770 vinden we hier een driewoonst. Dit staat duidelijk op de Kabinetskaart van de Oostenrijkse Nederlanden, gekarteerd onder leiding van Graaf de Ferraris (1770-78).
de kazerns de kazerns 2009




fragment uit de Atlas der Buurtwegen (1841) - onderaan de dorpplaats met schuin naar boven de Tieltsestraat.




fragment uit www.geopunt.be

In die drie huisjes, toen eigendom van ‘het Bureel van Weldadigheid’ - het vroegere OCMW en nu het Zorgbedrijf - startte het gemeentebestuur in 1852 een leerwerkhuis voor wevers. Het was een periode van zware crisis en de hoogste tijd dat er iets gedaan werd voor de werkende bevolking. Reeds vanaf 1843 waren heel wat Hulstenaren uitgeweken om werk te zoeken in de fabrieken van Noord-Frankrijk. Ze waren het beu om zich uit te sloven voor een hongerloon. Het was de toenmalige onderpastoor Arents de Beerteghem die, met al zijn overredingskracht de toenmalige burgemeester Masureel en de raadsleden wist te overtuigen om niet bij de pakken te blijven zitten.
In 1855, drie jaar na de oprichting van de weefschool, was het succes van het ‘leerwerkhuis’ voldoende bewezen. Onder leiding van vakleraar Felix Vanhoutte leerden de jonge wevers op modernere en dus meer productieve weefgetouwen nieuwe weeftechnieken. Gezien het succes werden in 1856-57 de oude huizen volledig gerestaureerd tot één woonhuis (nr 14) en een werkhuis (16-18) met negen handgetouwen.
De opleiding in het leerwerkhuis was een stap in de goede richting naar een volwaardig technisch onderwijs. Naast de vakopleiding was er ook plaats voor algemene vorming. Met dit laatste begon men zelfs de schooldag. ‘s Nuchtens te zessen’ in de school van pastoor Van Opstal (in de Vlietestraat 159 waar tot voor enkele jaren de KBC bank was). Om acht uur volgden dan de praktijklessen in ‘den atelier’. De jonge weverkens moesten er werkelijk iets voor over hebben wilden ze kundige en goed opgeleide wevers worden. Op het hoogtepunt van het leerwerkhuis waren er 47 leerlingen.
Na 30 jaar bloei kwam er verval, onder andere. omdat men nagelaten had tijdig te moderniseren en te investeren. Ook vreesden de bazen voor concurrentievervalsing omdat ‘den atelier’ kon werken met goedkopere krachten.
Op 29 augustus 1888 besliste de gemeenteraad het leerwerkhuis te sluiten. Dit kwam voor velen hard aan, niet in het minst voor de praktijkleraar Felix Vanhoutte die hierdoor niet alleen zijn werk maar ook zijn woonst verloor. Hij verhuisde naar Hulstedorp 7. Zijn zoon Alfred (†1947) was er later jarenlang broodbakker. Nog later was diens schoonzoon Flavien Bruggeman er uurwerkmaker. Daarna kwam de krantenwinkel 't Retouchke, nu tot voor kort de fotostudio van Foliefotografie.

Wat gebeurde er nu verder met het huis en de gebouwen van het leerwerkhuis?
Een tijdlang kreeg de muziekschool er onderdak en werd het ter beschikking gesteld als ‘aanhangsel van het Godshuis (oud-manhuis) om te dienen als ziekenzaal in toepassing van de wet van 27 november 1891. Het jaar daarop moest elke gemeente op bevel van de hogere overheid zorgen voor een behoorlijk huis dat kon dienen als ziekenzaal ingeval van cholera, alsook voor bekwaam personeel. In Hulste viel de keus op het huis (nr 14) van de leerweefschool. In geval van cholera kwam er een schadeloosstelling van 600 frank vanwege de Belgische Staat en moest nadien het huis volledig gesloopt worden. Gelukkig kwam er geen cholera in Hulste (al in november 1849 deed de cholera zijn intrede in West-Vlaanderen en eiste er toen 1.434 slachtoffers).
Niet lang na de sluiting van ‘den atelier’ werd het gebouw weer verdeeld in drie woonhuizen. Het eerste deel naast de straat (nr 14) werd verhuurd aan burgemeester-brouwer Van Robais, die er een herberg “In Florence” installeerde. Aanvankelijk raakten de andere twee huizen moeilijk verpacht, wat laat veronderstellen dat het weinig comfortabele woningen waren en daarom misschien wat oneerbiedig ‘De Kazerns’ werden genoemd.

[LD - SH 2024]



De weg terug van onze twee basisscholen: een vergeten verhaal

Het ligt niet in onze bedoeling de lezer van deze site terug op de schoolbank te zetten, met vooraan het groene of het zwarte schoolbord. We willen veeleer op verrassingsreis. Want hoe en wanneer onze beide lagere scholen er kwamen is voor de meesten - anno 2024 - een compleet onbekend verhaal, historie van meer dan 200 jaar.
Reeds vóór de Franse Revolutie (1789) was er in Hulste een schoolmeester, maar hoegenaamd nog geen schoolplicht. Gaandeweg begon men meer en meer het belang van het onderwijs in te zien.
Voor de grote ‘doorbraak’ was het wachten op de 20ste eeuw, meer precies op de wet van 1914, die de leerplicht van alle kinderen tussen 6 en 14 jaar invoerde. Maar door de oorlog kwam de wet pas in 1919 in voege.